De Koningsbrug gold als een van de fraaiste bruggen van Rotterdam, met name door de monumentale versiering met vier gebeeldhouwde leeuwen. Hierdoor werd zij in de volksmond de Vierleeuwenbrug genoemd.

Naam Koningsbrug
Type Draaibrug
Adres Oude Haven
Ingebruikname 1860
Bijnaam Vierleeuwenbrug
Koning Willem III
De brug over de Oude Haven dankte haar naam aan koning Willem III (1817–1890). Ze werd gebouwd tijdens diens regeerperiode (1849–1890). Het was destijds gebruikelijk belangrijke bouwwerken te vernoemen naar de regerende vorst, als blijk van loyaliteit en nationale eenheid. Dit gold vooral voor projecten van openbaar belang, zoals bruggen, stations en pleinen. Op 8 oktober 1860 werd deze vorstelijke oeververbinding officieel in gebruik genomen. Omdat Willem III zelf niet aanwezig was, verrichtte zijn dertienjarige zoon prins Alexander de opening.
Technisch vernuft
De Koningsbrug – die in die tijd als een staaltje van technisch vernuft gold – vormde de verbinding tussen de Boompjes en de Oosterkade. Ontwerper van de brug was W.A. Scholten, directeur van Gemeentewerken. De brug kon horizontaal draaien om scheepvaart door te laten. Dit was essentieel in de Oude Haven, waar veel verkeer passeerde. De draaibeweging vond plaats rond een verticale as in het midden, waardoor de brug twee halve armen had die openzwaaiden.

Bron van ergernis
De brug werd aangelegd om een snelle verbinding te realiseren tussen station Beurs (Staatsspoorlijn) en het Maasstation (Rijnspoorlijn). Zo konden reizigers van Den Haag richting Utrecht – of omgekeerd – een stuk afsnijden en hoefden zij niet langer om de Oude Haven heen te reizen. Ondanks de voordelen was de Koningsbrug voor veel Rotterdammers een bron van ergernis: moest je snel naar het andere station, dan ging de brug natuurlijk net open. Voor het openen en sluiten waren bovendien twee sterke mannen nodig. Het doortrekken van de Rijnspoorlijn naar de Staatsspoorlijn leek logisch, maar bleek een brug te ver.
Vier leeuwen
De Koningsbrug werd verfraaid met vier liggende leeuwen. Ze waren niet speciaal voor de brug ontworpen, maar kwamen van de Hofpoort, die in 1833 werd afgebroken. Beeldhouwer Johannes Keerbergen had de leeuwen ontworpen voor deze stadspoort, die aan het einde van de Oppert, nabij het Hofplein, had gestaan. Sinds 1778 lagen de leeuwen daar als wachters rondom een opvallende obelisk. De Hofpoort en de leeuwen moesten destijds wijken omdat ze het verkeer belemmerden.

Beeldhouwer L.P. Stracké bevrijdde de vier leeuwen – na een ballingschap van 27 jaar – uit hun opslagplaats. Het “kapsel” van de dieren werd gemoderniseerd, waarna ze op de uiteinden van de Koningsbrug werden geplaatst. De Rotterdammers waren trots op hun nieuwe brug, maar de naam Koningsbrug werd zelden gebruikt: vrijwel iedereen sprak van de “Vierleeuwenbrug”. Deze bijnaam leidde soms tot verwarring, omdat ook de later gebouwde Regentessebrug zo werd genoemd. Deze vaste brug uit 1898, vernoemd naar koningin-regentes Emma – de vrouw van Willem III – verbindt de Posthoornstraat met de Glashaven over de Wijnhaven en kreeg net als de Koningsbrug vier natuurstenen leeuwen op de hoeken.
Het transport der Kolonialen
De Koningsbrug en de leeuwen zijn te zien op het schilderij Het transport der Kolonialen (1884) van Isaac Israels, te bewonderen in het Kröller-Müller Museum. Het toont hoe in de tweede helft van de 19e eeuw ruim 70.000 militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger naar Nederlands-Indië vertrekken. Deze lichting KNIL-militairen loopt over de Koningsbrug op weg naar inscheping aan de Boompjes. Centraal op het doek staat een oude vrouw met een kind aan de hand die afscheid neemt. Op de achtergrond: masten en zeilen van schepen in de Oude Haven, en daarachter de huizen aan de Spaansekade.
1884 – Het transport der Kolonialen, Isaac Israels / Kröller-Müller Museum

Het bombardement van 1940
In de meidagen van 1940 werd rondom de nabijgelegen Willemsbrug hevig gevochten. Het Tweede Regiment Genietroepen kreeg opdracht de Vierleeuwenbrug op de Duitsers te heroveren. Na het puinruimen kwamen de brug en de leeuwen beschadigd tevoorschijn. Wonder boven wonder overleefde ook het naastgelegen Witte Huis het bombardement op Rotterdam en de daaropvolgende vuurzee.

Watersnoodramp van 1953
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 veroorzaakte een combinatie van springvloed en zware noordwesterstorm grote overstromingen in Zeeland en delen van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Ook in Rotterdam kwamen straten blank te staan. Na de ramp werd besloten alle zeedijken tot deltahoogte te verhogen. Hiervoor moest de Oude Haven worden afgesloten van de rivier.

Wederopbouw
Als onderdeel van de ingrijpende waterwerken werd de Koningsbrug afgebroken. Drie van de vier leeuwen kregen een nieuwe plek aan weerszijden van de sluis bij het Boerengat, waar zij sindsdien uitkijken over de Maas. In 1965 werd in hun nabijheid de Leeuwenflat gebouwd. De vierde leeuw vond onderdak in Ede. Als dank voor de verdediging van de Maasbruggen in mei 1940 werd hij in bruikleen gegeven aan de Koninklijke Landmacht. Door plaatsing op het kazerneterrein wilde men de herinnering aan de verdediging van Rotterdam levend houden. In 2011 werd deze leeuw overgedragen aan Amersfoort.

Huidige status
Tegenwoordig is de Oude Haven van Rotterdam – naast een toeristische trekpleister – een van de populairste uitgaansgebieden van de stad, met een overvloed aan restaurants en bars. Op de plek waar vroeger de draaibrug met de vier leeuwen lag, bevindt zich nu een kleine historische scheepswerf waar schepen in oude glorie worden gerestaureerd. Verder liggen er veel historische schepen van het Havenmuseum afgemeerd. Het uitzicht op deze oude vloot geeft de haven een unieke sfeer. De Oude Haven is omgeven door de kenmerkende Rotterdamse mix van historische gebouwen en moderne architectuur. Zo gaan in dit gebied de hypermoderne Kubuswoningen hand in hand met historische koopmanshuizen.


