Eind jaren dertig lopen de spanningen in Europa steeds verder op. Nazi-Duitsland breidt zijn macht uit en veroorzaakt brandhaarden in Spanje, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en uiteindelijk Polen. Nederland houdt officieel vast aan zijn neutraliteitspolitiek, maar mobiliseert ondertussen wel zijn leger om een mogelijke aanval af te slaan.
De mobilisatie van het Nederlandse leger in 1939 is vaak een onderbelicht hoofdstuk, maar toch historisch belangrijk. Historgraphic brengt deze historische gebeurtenis terug in een heldere infographic, met antwoorden op de volgende vragen:
- Hoe is de situatie in Europa eind jaren 30?
- Hoe sterk was de verdediging?
- Hoeveel manschappen had het Nederlandse leger?
- Wat was de impact op de samenleving?
Brandhaarden in Europa
In 1922 grijpt fascistische dictator Mussolini de macht in Italië. In 1933 volgt Hitler die in Duitsland rijkskanselier wordt. Daarna gaan de ontwikkelingen snel. In 1936 bezetten Duitse troepen het Rijnland, terwijl in Spanje een burgeroorlog uitbreekt. In 1938 lijft Duitsland Oostenrijk in en ontstaat de Sudetencrisis met Tsjecho-Slowakije. Nederland zet zijn grens- en kustbewakingstroepen in. Even lijkt het gevaar geweken, maar al snel nemen de dreigingen opnieuw toe. In maart 1939 valt Hitler de rest van Tsjecho-Slowakije binnen, en in april bezet Italië Albanië. Als Duitsland en de Sovjet-Unie in augustus 1939 een niet-aanvalsverdrag sluiten, wordt duidelijk dat Polen het volgende doelwit is. Engeland sluit daarop een bondgenootschap met Polen. Voor Nederland en de rest van Europa is de oorlogsdreiging nu onvermijdelijk.
Verdediging & troepensterkte
Nederland kiest voor een defensieve strategie. Het land vertrouwt op klassieke verdedigingslinies zoals de Grebbelinie, de IJssellinie en de Peel-Raamstelling. Ook de Hollandse Waterlinie wordt in staat van paraatheid gebracht. Met een combinatie van onder water gezette gebieden en versterkte stellingen wil Nederland een Duitse aanval tegengaan. Centraal in deze strategie staat de Vesting Holland in het westen van het land, waar de regering zit en de belangrijkste steden. Dit gebied vormt de laatste verdedigingslinie.
Het leger kampt echter met grote tekorten. Er zijn nauwelijks moderne wapens, zoals tanks of zware artillerie. In totaal beschikt Nederland bij het uitbreken van de oorlog over ongeveer 100 gevechtsvliegtuigen en ongeveer 700 stukken artillerie. Bron: De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog.
Om het gebrek aan middelen te compenseren, vordert de overheid een grote hoeveelheid materieel uit de samenleving: 28.000 fietsen, 30.000 paarden en 13.000 voertuigen worden ingezet voor militaire doeleinden. Bronnen: Drenthe in de oorlog / Weest op uw hoede
Gemobiliseerde manschappen
In augustus 1939 besluit de Nederlandse regering tot mobilisatie. Op 25 augustus roept men met de voormobilisatie 50.000 man op. Het gaat om kaderleden, administratieve troepen, keukenpersoneel, hoefsmeden, fietsenmakers en andere kwartiermakers die een algemene mobilisatie moeten voorbereiden. Drie dagen later, op 28 augustus, volgt de algemene mobilisatie: de lichtingen 1924-1938, in totaal 300.000 reservisten, worden opgeroepen en toegevoegd aan het staande leger van 9.100 beroepsmilitairen en 42.000 dienstplichtigen van de lichting 1939. Bron: Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit – T. van Gent
Naast beroepsmilitairen en dienstplichtigen speelt ook een groep vrijwilligers een rol. In totaal sluiten ruim 42.000 zich aan bij de (Bijzondere) Vrijwillige Landstorm. Ongeveer 14.500 mannen dienen in speciale korpsen van de Vrijwillige Landstorm en treden als groep onder die vlag op. Ongeveer 27.500 zijn lid van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm. Zij gelden officieel als gewone dienstplichtigen en sluiten zich daarom niet apart bij de Landstorm aan. Bron: vrijwilligelandstorm.nl
Gevolgen voor de samenleving
De mobilisatie heeft enorme gevolgen voor het dagelijks leven. Honderdduizenden mannen verlaten hun werk en gezinnen. Ze verblijven maandenlang in kazernes, barakken of geïmproviseerde kwartieren. Bedrijven kampen met een tekort aan arbeidskrachten. Gezinnen leven in onzekerheid. Toch hopen veel Nederlanders in eerste instantie dat het land – net als in de Eerste Wereldoorlog – buiten het conflict kan blijven.
Einde van de mobilisatie
De mobilisatie duurt ruim acht maanden. Op 10 mei 1940 valt Duitsland Nederland binnen. De Nederlandse troepen staan paraat op hun posities langs de verdedigingslinies, maar ondanks hevige gevechten moet het leger zich na vijf dagen overgeven. Het bombardement op Rotterdam en de dreiging van verdere vernietiging dwingen de regering tot capitulatie. Daarmee eindigt de mobilisatie. Het Nederlandse leger wordt ontbonden, en het land belandt in een vijf jaar durende Duitse bezetting.
–
Disclaimer: Deze content is met zorg samengesteld op basis van de genoemde bronnen. Hoewel gestreefd is naar nauwkeurigheid en volledigheid, kan geen garantie worden gegeven dat de informatie geheel foutloos of volledig is. Interpretatie en historische duiding kunnen verschillen. Voor wetenschappelijk onderzoek of officiële doeleinden wordt aangeraden de oorspronkelijke bronnen te raadplegen.
Lees- & kijktips
- De Jonge Historisie De vergeten mobilisatie
- Andere Tijden Oorlog op komst
- Mobilisatiemuseum Weest op uw hoede


